is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naderen tijd, door hem, in verband met het bij art. 5i bepaalde voor den tweeden vervoer gegeven.

Art. 66.

Vervoer naar de ladingsplaats uit eens andere gemeente, niet a's hdingsplaats aangewezen.

Zeehandelaars, kooplieden, trafikanten, fabrikanten, of andere tot den uitvoer voor commercie bevoegde personen, hunnen handel drijvende en de daartoe gehoorende goederen hebbende liggen cp plaatsen, niet onder de ladingsplaatsen eedesigneerdzullen zich van de wijze, deri verzenders met ligterschepen voorgeschreven , kunnen bedienen om hunnen handel voort te zetten en hunne impost subjecte specien, onder de voorzorg eener globale en provisionele verificatie, naar de geadmitteerde ladingsplaatsen te verzenden.

Art; 67.

Bevoegdheid der ambtenaren om, in eas van suspicie , den uitvoer of intermediaren vervoer tegen te gaan.

Even ais bij art. 20 dezer wet nopens den invoer is gezegd, za! het den hoogsten ambtenaar in officio ter ladingsplaats of ligplaats der goederen vrijstaan om le beletten den uitvoer langs etn kantooi', of wel den vervoer per ligter-l:eden lams rivieren, kanalen en wegen, welke hem voorkomen niet in het dir. ct belang van den lande of van den geoorloofd den handel te liggen.

In dusdanig geval zal hij deswege den directeur der indirecte belastingen in zijne provincie raadplegen, deszelfs orders innemen, en dien onverminderd verantwoordelijk zijn voor de schade welke hij door eene ongegronde weigering mogt hebben veroorzaakt.

Art. 68.

Verbod om na. het sluiten van der zeeschepen ladingspluats impost subjecte specien aan boord te nemen, elders, dan op de ligtingspkiatscn.

Der zeeschepen ladingsplaats gesloten zijnde , zullen er noch