is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 92.

Oppositie>

He gedaagde en met parate executie bedreigde of wel elk priller , welke vermeenen zoude bij dusdanige parate executie in deszelfs goe : regt benadeeld <e zijn, zal vermogen in oppositie te komen, mits dezelve bij korte t< vruijnen en o|> den voet van de manier van procederen beslist en de za^k getermineerd worde. ,

Geen appèl of booger beroep zal hiervan voor den gedaagden kunnen plaats hebben, dan niet consignatie van penningen.

De ambtenaar, met de executie belast, za! tot aan het eerste gewijsde supersederen met de volvoering zijner commissie.

Art. 90.

Bevoegdheid iot de invordering van regten , boeten en kosten.

Niemand zal bevoegd wezen tot het dirigeren en uitoefenen van liet x-egt van parate executie, of het incasseren van eenige penningen ter zake vau regten , boeten of kosten, dan uitsluitend de ontvanger van de indirecte belastingen over de gemeente, zoo veel de vordering de regien alleen betreft, met de daarop te vallen kosten van executie , doch de ontvanger in het arrondissement, of die in de grmeente als zijnen gevolmagtigden, zoodra er boeten en kosten op dezelve bijkomen.

Art. g4.

Tlegien , preferent boven dé boete.

Krachtens het privilegie van het Rijk, zullen in alle calanges, waarbij deszelfs rekten betrokken zijn, na aftrek der kosten, in de eerste plaats uit het produkt der rc^tsdwang moeten voldaan worden de verschuldigde impositien,

® 5 ^Waa-i