is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 97.

Vervolg der straffen en bosten.

Geene executie» als loven, in materie van litigeuse zaken, dat is van bekeuringen en ter zake van overtredingen of fra des, zul:en door <!e ontvangers aangevangen noch voortgezet kunnen worden, dan krachtens bekomen vonnis.

Het zal mitsdien aan t!e ontvangers alleon verbleven wezen, 0111 dusdanige executie, nadat een voordeelig vonnis bekomen zal zijn, voor het pecunieel gedeelte te dirigeren.

la ca* van Oj positie, weger-s executie in ordinaire zaken en van verschenen termijnen of verschuldigde regten, zal de ontvanger ageren, dadelijk,het zij verwerende of eischende, zoo als de ard der zaak mede ï en^t, kunnen ageren, zonder noodig te hebben dat de publieke aanklager vooraf' eenig vonnis bekome.

Art. 9-3»

Verpligting der publieke aanklagers of reglsvordera ren , tot het vervolgen der actiën of ca lang es, beleuringen eri resistentien.

Aan de daartoe bevoegde publieke aanklagers of regtsvorderaars wordt de verpligting opgelegd, om van alle misdrijven, overtredingen, bekeuringen en resistentien in de materie van belastingen kennis te nemen, de processen-verbaal te onderzoeken, en na bekomene autorisatie, de vereischte actie tegen den beklaagden te entameren.

Art. 99.

Transactiën.

ïlet zal aan de bekeurde verbleven zijn om tot vermijding van hazardeuse proceduren, in minnelijke schikking te komen en te verzoeken, om wegeüs de boeten en kosten, doch nimmer wegens de regten te transigeren.

Wegens de dadelijke consignatie der penningen en de bevoegdheid tot voorloopige transactie, behoudens de bekrachtiging der ï'f tsvorderaars en de administratie,zullen de noodit;e vereischte reglementaire bepalingen door den Koning worden gemaakt,

D 4 Art, 100.