is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ar:, 127.

De realen van de goederen ter zee inkomende , zullen moeten worden betaaid ter plaatse waarheen de. zeeschepen ziin gedestineerd , al is het ook dat een gedeelte der lading naar elders binnen "slands.is bestemd, en evenveel of de goederen inet die schepen zelve, of, daaruit in ligters of andere vaartuigen overgenomen, met deze laatstea aldaar worden aaiigebragt.

Art. X28.

Voor zoo verre de lokale situatie van eenige commercic-plaats aanleiding mogt geven tot eene billijke uitzondering van de in bet voorgaande artikel onisehrevene bepalingen, zal deswege door een bijzonder besluit worden voorzien.

Art. 129.

Ingeval van overlading in ligters , zullen de schipper en stuurman van het zeeschip , met het welke de goederen zijn ingekomen, verpiigt zijn, om bij iederen ligter optezenden eene opene of onverzegelde en door hen, benevens deniligterschipper, onderteekende faktuur of specificatie, inet designatie van de kwantiteit en kwaliteit, nummers eu merken der goederen, in den ligter overgezet, in dier voege, als dit gedeelte doQr hen bij liunue generale verklaring is opgegeven ; zuHepde de lig terschippers gehouden zijn, om, dadelijk na hunne aankomst ter plaatse hunner destinatie, deze faktuur of specificatie te stellen in handen van de commisen ter rechfcrche aldaar, om dezelve na visitatie van de lading te viseren, en voorts door hen ligterschippers bezorgd te worden aan den ontvanger van bet kantoor der uitgaande en inkomende regten; alles op de boete van vijf honderd guldens voor den schipper, en van drie honderd guldens voor dea stuurman en voor den ligterschipper.

Axt. i5o.

Wanneer de schippers, door ijsgang of andere extraordinaire toevallen, volstrekt genoodzaakt zijn hunne goediren in een of mi er ligters over te sehepen, zonder hunne generale verklaring op de eerste wacht te hebben knnuen overgeven, zullen