is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de plaats der destinatie, uit dezelve eenige goödcrra worden gelost of overgegeven, anders dati bij oversclieping in ligters. op den voet als hier voren is vermeld, of in geval van blijkbaren lioogen nood, op eene boite van vijf honderd gulden? , en zulks onverminderd de straffen, welke bij de wetten, uit hoofde van verzwarende omstandigheden, zouden zijn vastgesteld.

DERTIENDE HOOFDSTUK.

Van de bijleggers.

Art. i55.

Schepen, die geene bepaalde bestemming hebben , eene det havens vati het Rijk aandoende, om orders of anderzins, zullen moeten inklaren als bijleggers, en onder de surveillance van de ambtenaren ter eerste wacht moeten ^blijven , tot zoo lange gedeclareerd zal zijn, of de lading hier te lande zal worden gelost.

Art. 136.

Het zal vrijstaan , met zoodanige schepen en de inhebbende ladingen , zonder betaling van regteti, weder te vertrekken » doel), eenige koopmanschappen gelost of ingenomen wordende , zullen niet alleen 's Rijks regten. daarvan, maar ook het lastgeld van de schepen, in het 21ste hoofdstuk omschreven, worden voldaan, en daaromtrent verder moeten worden geobserveerd, al het geen wat ten aanzien van het inkomen uit zee hiervoren is bepaald.

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Van schepen binnen vallende door nood of om te overwinteren.

Art. 107.

i

De schippers en stuurlieden van schepen , met welke men door de wisselvalligheden der zee, vervolging van vijanden, of door anderen nood, mogt gedwongen zijn in eene der haTens van het 'Rijk binnen te loopen, of aldaar mogt binnen

ko-