is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Militie geleverd moeten worden, zullen, voor zoo veel zulks doenlijk zijn zal, berekend worden in de evenredigheid van één man van de vijf honderd zielen, en worden dienvolgens voor de Provinciën Zuid-Braband, Limburg, Luik, Oost« Vlaanderen, West- Vlaanderen, Henegouwen , JSamen en uintwerpen, en voor het Groot-Hertogdom Luxemburg, respectivelijk bepaald op een vijfde gedeelte van de ligting, welke in iedere dier Provinciën en Groot-Hertogdom, in den jare i8i5 bij de eerste oprigting der Militie is vastgesteld geweest.

2. De omslag dier contingenten over de arrondisse» memen, kantot s en gemeenten, zal, zoo veel doenlijk, in dezelfde evenredigheid geschieden door de Gedeputeerde Staten van iedere Provincie , en zulks binnen den tijd van tien dagen na het arresteren van dit besluit.

De Gouverneurs der Provinciën zullen zorg dragen dat het contingent, het welk moet geleverd worden, onverwijld in iedere gemeente, door af kondiging en aanplakking worde bekend gemaakt.

5. Tot het effectueren der loting zal men gebruik maken van vijf alphabetische lijsten , waar van de eerste zal bevatten alle de jonge lieden, welke, ingevolge Ons besluit van den yden Februari 11. art. 7, zijn ingeschreven op het eerste register in elke gemeente, waarop gebragt zijn alle de manspersonen , die op den isten Januari 11. hun 19de jaar zijn ingetreden; de tweede lijst, die op het tweede inschrijvings register voorkomen , of die hun 20ste jaar zijn ingetreden , en zoo vervolgens; zullende de voorschrevene alphabetische lijsten moeten zijn opgemaakt naar het model door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken gearresteerd.

4. Ten aanzien van het stellen van vrijwilligers, de vrijstellingen , het verwisselen van nummers en stellen van plaatsvervangers, de wijze van loting, oprigting en indeeling der contingenten en verdere werkzaamheden tot de Nationale Militie betrekkelijk, zal gehandeld worden naar de voorschriften vervat in Onze besluiten van den i5den April i8i5, en welke op de ligting over 1Ö16 geheel toepasselijk worden gemaakt, behoudens die wijzigingen, welke de verordeningen, voorkomende in artikelen 1,2 en 3 van het tegenwoordig besluit, noodwendig maken, speciaal met opzigt tot de plaatsvervangers, welke niet zuilen kunnen worden toegelaten, ten

wa-