is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1817, 01-01-1817

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Vorenstaande geldleening zal loopen tegen den intrest van zes per cent ju het jaar, en vóórts worden afgelost door middel van jaarlijksche uitlotingen, te weten van vijf maal honderd duizend- guldens, betaalbaar in de eerste maand van de jaren 10*19, 1820 en 1821, van zesmaal honderd duizend guldens, betaalbaar in de eerste maand Van de jaren 1822, 1823, i8a4 en 1825, en eindelijk van zeven maal honderd duizend guldens, betaalbaar in de eerste maand van de jawïii, 1826, 1827 en 1828.

5. Deze geldleening zal speciaal gevestigd zijn op al het geen zal overschieten van de opbrengst en inkomsten van de wegen, bruggen, vaarten en rivieren van de groote communicatien hier boven gemeld, na afbetaling der ko ten van onderhoud en verbetering van dezelve, en voorts van zoodanige lasten als waar voor die inkomsten zijn geaffecteerd.

En Zal voor de voorz. inkomsten almede eene afzonderlijke rekening worden geopend, ten einde dezelve op den voet, in dit artikel omschreven, bij uitsluiting gebruikt worden.

.

6. De geldleening wordt bovendien door den Staat gewaarborgd , te dien effecte , dat, voor zoo verre het voorz, overschot ontoereikende mogt bevonden worden tot het nakomen der verbintenissen, het ontbrekende uit de schatkist, zonder verwijl, zal worden aangevuld.

Las-