is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lioepcn; zullende, wanneer men de inlading ten rla~ delijken uitvoer mogt verlangen te doen , op eene plaats , alwaar geen kantoor van konvoijen en liccnten bestaat , zuiks mogen geschieden, mits ten kantore, alwaar liet paspoort tot uitvoer, tegen betaling der rcgten, vervolgens moet worden verkregen, bij voorsz. certilikaten tevens worde overgelegd eene verklaring van den schipper, dat hij nergens dan ter plaatse der afgifte van de certilikaten cenige hoepen geladen heeft, noc'ite «enige anderen dan die hij, ter goeder trouw , geloost in de certiukaten begrepen te zijn.

Alles op pene, dat de boepen, welke anders dan op den voorsz. voet ten uitvoer mogten zijn ingeladen, of bij, of na de inlading mogten bevonden worden te zijn verbodene of andere hoepen als waarvoor certifikaten zijn verleend, zullen worden verbeurd verklaard, en zullen op zoodanig geval mede van toepassing zijn de verdere straffen, bij de wet van den 5den October 1816, tegen den frauduleusen uitvoer van verbodene goederen bepaald,

Voor haring-duigen, waarvan bij de lijst of het tarief de uitvoer is verboden , zullen , in onderscheiding van ruwe duigen, en in overeenstemming met het geen bij dezelve lijst onder het artikel vaatwerk is verstaan, alleen gehouden worden zulke duigen , welke tot haring-tonnen of ha fvatelx zijn geprepareerd.

Het is den Konins; voorbehouden om de uitgaande regten op bet brandhout, wanneer bijzonaere omstandigheden, in deze of gene gedeelten van het llijk ,

zulk» mogten vorderen, te verhoogen, of ook naar

be-