is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genen welke verlangt zijne steenkolen op deze wijz® in entrepot te bergen, blijven de kosten van toezigt» mitsgaders die van sluiten en ontsluiten, hierna gemeld.

Er zal eene matige, door de Generale Directie almede te bepalen, belooning mogen worden gevorderd voor het openen en sluiten des entrepots, hetwelk zoo dikwijls zal moeten geschieden, als de belanghebbende dit, tegen betaling van deze belooning, zal vorderen; gelijk omgekeerd, hij verpligt zal wezen, zoo dikwijls visie te geven van de, in het entrepot onder zijne bijzondere bewaring gestelde kolen, als de opziener des entrcpóts, of de over hem staande ambtenaren, zulks zullen noodig oordeelen, doch zonder betaling van belooning.

Betrekkelijk het, naar welgevallen der belanghebbenden openen en sluiten der partikuliere pakhuizen, welke tot tijdelijke entrepots toegelaten zijn, is het aan den Koning a oorbehouden , om reglementaire bepalingen daar te stellen, in Verband met de plaatselijke omstandigheden en de belangen van handel en administratie.

Art. 64.

Vrijstelling van den impost op de binnenlandsche steenkolen, naar buiten 's kinds verzonden wordende.

Geen impost zal worden gevorderd wegens partijen steenkolen drie duizend ponden, of veertien honderd vier-éh-negentig kilogrammen , en daarboven , groot, welks van de groeven of bergplaatsen der cxploiteurs,

langs