is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdere door hen bezoldigde personen , voor de verdere daden tot liet door hen zelve uitgeoefend bedrijf betrekkelijk zijnde.

Wanneer zocdanije zeehandelaars, oi breeder hier boven opgetelde personen bekeurd zouden mogen wezen, ter zake van fraude of andere overtreding dezer generale wet, of der partikuiïere wetten, en zijlieden tot hunne verontschuldiging zouden willen beweren, dat zulks door hunne bedienden, knechts of arbeiders als boven, en buiten hunne kennisse is geschied, zullen zijlieden , des niet te min en ondanks hunne onkunde, de boeten verbeuren op dusdanige overtredingen bij de sfdeehng der strafbepalingen, gesteld, met dien verstande nogta s dat, voor zoo verre de genoemde zeehand elaars of andere persopen, met e?a door hen eigenhandig geschreven en geteekend declaratoir , hunne evengenoemde onwetenheid en onschuld, met ronde en duidelijke woorden zouden mogen verklaren, en het tegendeel van dief. niet zoude blijkbaar zijn, in dat geval de verbeurde boete niet hooger dan tot eene somma van drie honderd guldens , door hen verschuldigd zijn.

Art. 29.

Fers»nele cauiïen, mitsgaders die in waren en loopmanschappen.

De personele ciulien, voor zoo verre dezelve boven de één honderd guldens bedragen, zullen moeten zijn notarieel, van solide personen , ten genoege der administratie , en onder de navolgende voorzieningen:

CL% Dftt