is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben verbonden om dezen., de menschheid zoo zeer onlëerenden handel, door strafverordeningen krachtdadig te keer te gaan en te beteugelen;

Zoo is het, dat Wij , den Raad van State gehoord, en inet gemeen overleg der Slaten- Generaal', hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze :

Art. I. Het zal aan niemand Onzer onderdanen en, in het algemeen aan niemand, wie hij ook zoude mogen zijn , en die zich binnen Ons Koningrijk zoude mogen bevinden , geoorloofd zijn, om, na de afkondiging van de tegenwoordige Wet, Slavenhandel te drijven , of aan dien handel directelijk of indirectelijk deel te nemen , het zij door schepen of vaartuigen te dien einde uit te rusten, of aan uitrustingen van nationale of andere schepen en vaartuigen tot dat einde deel te nemen , het zij door dezelve voorbedachterijk daartoe te verhuren of te vervrachten ; het zij door Negers, als Slaven af le halen, tekoopen, verkoopen, 111 te ruilen , en in eene der Nederlandsche of ook wel vreemde koloniën of etablissementen buiten Europa, het zij openlijk, of ter sluik in te voeren ofte doen invoeren, op pene dat de schuldigen en medepligligen zullen worden gestraft met eene geldboete van f. 5ooo, mitsgaders reclusie voor den tijd van vijf jaren.

II. Met gelijke straffen zullen worden gestraft de scheeps-