is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lil. m zoodanige provincie, alwaar geene Gecommitteerd den voor de Yslaudsche of Kabeljaauw-visscherij mogten aan^ wezig zijn, zal dóór eiken reeder ter Beug- of Winter-vaart afzonderlijk, den bij art. 2 gevorderden staat, aan de Gedeputeerde Stalen van zijne Provincie, jaarlijks ingezonden, en zullen voorts al de overige, bij dat artikel omschreven bepalingen daar bij stiplelijk moeten opgevolgd worden.

IV. Door de Gedeputeerde Stateu der belanghebbende Provincieu za], bij de jaarlijksche inzending der bij het tweede artikel van dit Besluit verlangde opgaven, tevens naauwkeurig verslag moeten wordeu gedaan van de bijzonders omstandigheden, welke, met opzigt tot deze, gedurende eiken winter , binnen derzelver Provincie uitgeoefend geweest zijnde Beug-visscherij mogten hebben plaats gehad, om daaruit vervolgens te kunnen afleiden of, en in hoe verre de premieu voor sommige gedane togten eenigzius zouden behooren te worden gematigd.

V .Onze Minister voor het Publieke Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën zal, na het bekomen der in art. twee, drie en vier hierboven omschreven opgaven en cousideratieu, Ons daarvan jaarlijks een algemeen rapport doen , inhoudende tevens zijne consideratieu en advies op dit onderwerp, ten einde door Ons, omtrent de aan ieder schip te verleenen premie, in dier voege kunne worden gedisponeerd, als Wij zullen vernveenen te behooren.

Onze Minister voor het Publieke Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën, en Onze Staats-Raad, DirecteurGeneraal der In- en Uitgaande Regteu en Accijuseu, zijn, ieder voor zoo ver derzelver Departement betreft, met de uitvoering van Ons Besluit, hetwelk in het Staatsblad