is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. Ingeval dat de wil der stichters geheel of gedeeltelijk niet meer zoude kunuen opgevolgd worden , zal Onze genoemde Minister, Ons de middelen voordragen om hier in te voorzien , en deze middelen zullen altijd met het oogmerk der stichters overeenkomstig moeten zijn.

^ II. Ieder bestuurder van Beurzen, zal jaarlijks rekening van zijn bestuur moeten doen ; ingeval de akte der stichting niemand benoemt aan wien rekening moet gedaan worden, zal Onze voorz. Minister daarin voorzien.

VIII. Van de rekeningen in het vorig artikel vermeld, zullen twee minuten gemaakt worden , eene derzelve zal , na de goedkeuring der rekening, gezonden worden aan de Gedeputeerde Staten der Provincie in welke voorheen de zetel van de Administratie dezer Beurzen, volgens hunne stichting, gevestigd was, en in de gevallen waar de zetel van die Administratie niet regt bekend of bepaald mogt zijn , aan zoodanig Kollegie van Gedeputeerde Staten als daartoe door Onzen voornoemden Minister zal worden aangewezen.

De Gedeputeerde Staten zullen jaarlijks in de maand Januari , aan den Minister een rapport inleveren van de rekeningen die hun, in den loop van het vorige jaar, zullen overhandigd zijn , en zij zullen hunue aanmerkingen daarbij voegen om te doen blijken , of de akten der stichting ten uitvoer zijn gebragt, en of de inkomsten besteed zijn in het belang van het openbaar onderw ijs.

IX. De oorspronkelijke akten van stichting, vóór dat dezelve aan de bepaalde bestuurders overhandigd worden , gelijk ook de akten van teruggave , zullen ter griffie der Provinciale Staten , in een daarvoor bestaand register overgeschreven worden.

Elke akte vau nieuwe stichting , welke in het vervolg