is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezien het rapport van Onzen Minister van den Waterstaat en der Publieke Werken;

Den Raad van State gehoord;

' Hebben besloten en besluiten:

Art. I. Behoudens het voorgeschrevene in art. 5 van dit besluit zal geene verveening van hooge of lage gronden mogen worden ondernomen zonder Onze toestemming > en zulks op eene boete van een honderd guldens.

II. Alle verzoeken ter bekoming van Octrooi of vergunning tot het ondernemen en aanvangen van verveeningen van eenige hooge of lage landen binnen het Koningiijk, zullen worden ingediend bij de Staten of Gedeputeerde Staten der PrQvincie, waarin zoodanige verveening zoude

geschieden , welke Staten of Gedeputeerde Staten op dezelve verzoeken alle degenen , welke daarbij belang gouden kunnen hebben, zullen hooren, en voorts alle noodige iufórmatien en renseignementen inwinnen, en vervolgens die verzoeken vergezeld met hunne consideratien en advies over de zaak zelve, en omtrent alle de voorwaarden en stipulatien, waaraan de verveeningen toegestaan woidende, naar mate van dèrzelver aard en gesteldheid, onderhevig zouden moeten zijn aan het departement van den Waterstaat, zullen inzenden, ten einde door •hetzelve bij eene definitive voordragt, met deszells cunsi deratien, aan Onze beslissing te worden onderworpen.

III. Door de Staten of Gedeputeerde Staten zal, ten aanzien der thans reeds aangevangene en plaats hebbende verveeningen van lage en hooge gronden in hunne V-