is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Raad van State gehoord ;

Hebben besloten en besluiten '•

Art. 1.

Het zal aan niemand, het zij stalhouder, voerman of anderzins , geoorloofd zijn, om wagens of rijtuigen aan te leggen, of reeds aangelegde , bij voortduring te gebruiken , met oogmerk, om passagiers , goederen of gelden van de eene bestemde plaats naar de andere , op gezette tijden, overtebrengen; dan, na dat zoodanig iemand zich alvorens behoorlijk zal hebben vervoegd aan de Gedeputeerde Staten der Provincie , waar zulks behoort, het zij om te erlangen, confirmatie der te deze vroeger aan hem verleende concessie, of wel autorisatie, tot het aanleggen van zoodanige, tot nog toe niet bestaan hebbende etablissementen en daarop door Ons concessie zal zijn verleend geworden.

Art. 2.

De Plaatselijke Besturen zullen het noodige toezigt nemen, en zorg dragen, dat de dienst van alle postwagens, diligences of andere, tot gerijf der reizigers, of tot vervoer van goederen of gelden , bestemde op vaste tijden vertrekkende rijtuigen, tot welker bestaan door Ons geene speciale autorisatie is verleend , dadelijk worde geïnter<ïceerd en belet, wordende dezelve Plaatselijke Besturen te dien einde , voor zoo veel des noods, bij dezen gemagtig<l, om de te dezen begaan wordende overtredingen ter enmsse van de Regtbanken te brengen, om den overtreder zoodanige straffen opteleggen, als naar gelang <er