is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 212.

In het geval, bij het vorige artikel vernield, zal de opbrengst van den verkoop, niet dan na verloop van twee jaren na denzelven, definilivelijk voor 's Rijks kas Trerkregen worden.

VEERTIENDE HOOFDSTUK. Van het Vrij en Onvrij Territoir.

Art. 215.

Aan de zeezijde aal eene tusschen-ruimte van de zeestranden tot op 2600 ellen van de plaats, alwaar, bij gewonen vloed, de dijken, duinen en dammen door de zee worden bespoeld, de linie van toezigt of het onvrij territoir uitmaken; zullende dezelve van punt tot punt bij een bijzonder reglement worden aangewezen.

Art. 214.

De linie aan de Noordelijke zijde van het Rijk bevat dg Wadden in zich, tot aan de plaats, alwaar, op de Groninger kust, de laatste recherche-post op het vaarwater zal worden geplaatst, en sluit aldaar aan den binueuwaardschen voet van de Vriesche en Groninger dijken, zoodanig, dat al de landen, achter den dijk gelegen , buiten de linie van toezigt vallen.

Het Eiland Texel en de verder noordwaarts gelegen