is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 229.

Geene nieuwe spijker-papier-of andere groote fabriek, of ook geeue zoutziederij zeepziederij, brouwerij, azijnmaker ij of branderij, noch eeuige nieuwe bedrijven, waartoe crediet voor den impost benoodigd is, zullen op het onvrije territoir mogen worden aangelegd, zonder Onze uitdrukkelijke autorisatie-

Art. a3o.

Tot het uitoefenen van de winkel-nering op het onvrije territoir wordt, behalve voor de reeds bestaande winkels, de toestemming van de Generale Administratie gevorderd , welke, behoudeus verantwoording bij hooger beroep , de admissie kan weigeren.

Art. 231.

Met betrekking tot die specien, voor welke crediet voor den impost wordt gegeven, zullen alle trafiekanten, fabriekanten, handelaars en winkeliers op het onvrije territoir, buiten de besloten steden en forten, artikel 216 vermeld, voor hunnen voorraad, zoo in onderm uri als overmaat, ook voor de kleinste quantiteiten, verantwoordelijk zijn en dus hunnen uitslag moeten verantwoorden door hunnen inslag of fabricatie.

Art. 202.

Er zal te dien einde met de trafikanten, fabriekanten en handelaars, in het voorgaand artikel vermeld, eene doorloopende rekening worden gehouden, waarop hunne inslagen, en het product hunner fabricatie in debet, en hunne uitslagen in credit, zullen worden geboekt.