is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ oor zoo ver de gewone Bedienden der In- en Uitgaande Rcfgfen en Accijnsen niet van een hunner Superieuren vergezeld zijn, zullen de visitatien niet mogen plaats hebben, dan op schriftelijke autorisatie van den naast bij zijnde Ontvanger, of van een anderen superieuren Ambtenaar, welke zal zorgen , dat dezelve niet noodeloos worden vermenigvuldigd, of de ingezetenen aan vexatie blootgesteld; zijnde de geëmployeerden speciaal verantwoordelijk voor de schaden én nadeelen, welke zij , bij het doen derzelve , den ingezetenen mogten hebben toegebragt.

Art. 136.

Voor zoo ver goederen, welke gewapenderhand, of door eene bende sluikers, worden ingevoerd in eenige huizen, schuren, stallen of andere afgeslotene plaatsen op het onvrije territoir mogten worden ingedragen of opgenomen, zullen zoodanige huizen en plaatsen, door de Ambtenaren der Inen Uitgaande Regien en Accijnsen , welke de goederen hebben zieu indragen of opnemen , zonder eenige voorafgaande autorisatie, kunnen worden gevisiteerd, mits de Ambtenaren de goederen niet hebben uit het oog verloren.

Vexatie in deze zal ten minste met onmiddellijke cassatie ■worden gestraft.

vijftiende hoofdstuk.

fran de kustvaart en den vervoer van goederen van en naar binnenlandsche plaatsen over vreemd grondgebied.

Art. 257.

Alle goederen, waren en koopmanschappen; die van de