is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 541 •

Bijaldien, bij een borgtogt in onroerende goederen, in inscriptien op het Grootboek, of in waren en koopmanschappen, tusschen den Ontvanger en den conlribuabele, over de genoegzaamheid derzelve, of, in het geval van personele borgtogt, over den aard der justificatie, verschil mogt ontstaan, zal de zaak ter beslissing van do Generale-Administratie worden gebragt , en de Ontvanger , bijaldien deze beslissing ten voordeele van den borgschuldigen mogt uitvallen, voor alle verdere verantwoording gedekt zijn, voor zoo ver hij voor het overige gezorgd hebbe, dat de vervolgingen tegen den contribuabele en deszelfs borgen naar behooren zijn aangevangen en voortgezet.

TWEE-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK. Van de Judicature.

Art. 542.

Provisioneel, en tot daar omtrent anders zal zijn voorzien, zullen, ten aanzien van de vervolging en beregting van alle zaken, de In- en Uitgaande Regten en Accijnsen betreB'ende, de volgende regelen worden in acht genomen :

a. Bij de gewone civiele Regtbanken, en, ingeval vanhooger beroep, bij de hooge Geregtshoven, zullen worden gebragt, en als summiqre zaken geïnstrueerd en beregt alle verschillen betrekkelijk de invordering der In- en Uitgaande