is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de impost niet te boren gaat de somma van vijf honderd guldens, zal de betaling iu eene reis moeten geschieden , binnen drie maanden na de dagteekening der aangifte.

Wanneer dezelve de vijf honderd doch niet de duizend guldens te boven gaat, zal zulks moeten geschieden in twee termijnen, te weten : de eene helft binnen de drie maanden, en de wederhelft binnen de zes maanden, na de dagteekening als boven.

Laatstelijk, wanneer dezelve de duizend guldeus te boven gaat, zal zulks moeten geschieden in drie termijnen, te weten, van drie tot drie maanden, telkens een derde op den voet als boven.

"V oor zoo ver, ten aanzien van sommige specien, een langere termijn bepaald is, zal zulks in de bijzondere wetten worden uitgedrukt.

Art. 55y.

.De aanzuivering der geopende rekening zal plaats hebben, eerstelijk door de voldoening der verschenen termijnen ; ten andere, door de vroegere aflevering, der spe-" cien aan anderen, welke tot den inslag derzelve op crediet zijn gemagtigd, met overschrijving van den impost en termijnen, en ten derde, door de verzending der speciënnaar buiten slands, voor zoo ver afschrijving van den impost voor dezelve wordt gegeven, en zulks op den voet, bij de bijzondere Wetten bepaald.

Art. 358.

De termijnen van betaling verschenen en de impost nog met voldaan zijnde, zal de Ontvanger een waarschuwingsbiljet aan den debiteur zenden, om als nog, binnen den tijd