is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaling, dat de uitvoer niet zal kunnen geschieden in eene mindere hoeveelheid, dan van 2 vaten, a 10 graden, of daarmede gelijk staande hoeveelheden, zoo veel den brandewijn aangaat, en van 1 vat, zoo veel de rum, arak en likeuren betreft; gebottelde dranken naar evenredigheid.

8. De zeehandelaar of brandewijnkooper zal geregtigd zijn, om in het entrepót, en in de aldaar, onder eigen toezigt verleende kelders en pakhuizen, zijne sterke dranken over te steken, aantevullen, te bewerken en zoodanig te versnijden of te verlengen , als hem, tot gerijf van zijnen handel en debiet, zal góeddunken.

Hij zal, tot bereiking van dit doeleinde,- desgelijks de bevoegdheid hebben, om met voorkennis van den entreposeur, de vereischte ingrediënten aantevoeren, doch tevens gehouden zijn van zijné bewerking, zoo veel dezelve eene vermeerdering van dranken ten gevolge zoude hebben, schriftelijk kennis # te geven aan den ontvanger, ten einde deswege gedebiteerd te worden, gelijk voor den ingevoerden brandewijn, en hem de aflevering niet ontzegd zoude kunnen worden , ter zake dezelve zijnen inslag zoude te bovengaan.

Bijaldien onder de ter vermenging aangevoerde specien zich brandewijn, voorloop of andere gedisteleerde wateren zouden, mogen bevinden, zullen dezelve, schoon van binnen 'slandt aange'oragt, bij den invoer in het entrepot als onverimpost buitenlandsch gedïsreleerd behandeld worden.

Daarenboven zal geen buitenlandsch gedisteleefd gelegd mogen worden in een en hetzelfde gedeelte van het entrepot, met gedisteleerd van binnenlr. 'dscïien oorsprong, of uit de branderijen binnen het Rijk herkomstig, en onder speciaal beheer van den eigenaar of consignaiaris zijnde.

.1

9. Er