is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5* De termijnen van crediet kunnen nimmer worden aütii gesuiverd door uitvoer naar buiten 's lands.

6. Ten aanzien van geëntreposeerde specien zal, behalve de algemeene bepalingen omtrent de entrepots en de betaling in kontanten of op termijnen, bij de wet op den ophef der ]n- en Uitgaande Regten en Accijnsen voorkomende, moeten worden in acht genomen:

Dat geen inslag of overschrijving in het entrepot, vervoer van het eene entrepot naar het andere, uitslag naar buitent 's lands, of uitslag uit het entrepot, het zij onder eigen beheer, of om ter consumtie te worden gebragt, met mindere hoeveelheid dan van 9 vaten (gebottelde dranken naar evenredigheid) zal kunnen geschieden, ten ware in het laatste geval de mindere hoeveelheid het restant eener partij mogie zijn»

De geëntreposeerde specien zullen, tegen betaling der transitoire regten , naar buitenslands kunnen worden uitgevoerd , mits de uitvoer niet geschiede met eene mindere hoeveelheid, dan van 4 vaten.

8. De zeehandelaar of handelaar zal geregtigd wezen, om in het entrepot en in de aldaar onder eigen toezigt verleende kelders en pakhuizen, zijne geëntreposeerde specien over te steken, aan te vullen, te bewerken en zoodanig te verlengen , als hem, tot gerijf van zijnen handel en debiet, zal goeddunken.

flij zal, ter bereiking van dit doeleinde, desgelijks de bevoegdheid hebben, m£t voorkennis van den entreposeur, da vereischte ingredienten aan te voeren, doch tevens gehoilflen zijn van zijne bewerkingen, zoo veel dezelve eene vermeerde-* ring van specien ten gevolge zouden hebben, schriftelijk kennis te geven aan den ontvanger, ten einde deswege gedebiteerd

A 2 té