is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12°. En eindelijk, het uur, waarop de tonning of vating zal worden aangevangen, ea het uyr, waarop dezelve z-zal zijn afgeloopen.

Voor die brouwerijen, welke meer dan ééne roerkuip hebben , zullen door de Algemeene Administratie der In- en Uitgaande regten en Accijnsen, de vereisc te bepalingen kunnen gemaakt worden, ten einde van de ruimte, bij het 5de lid der bovenstaande aangifte, den fabrikanten gelaten, om niet alle roerkuipen aan te ge\ en, geen misbruik worde gemaakt.

Ook wanneer lokale en bijzondere omstandigheden sommige bier- en azijnbrorwers hinderlijk zouden mogen wezen in het steed; gebru.ken der roerkuip , in verband met hunnen aanslag en het principe van de belasting, zal de Algemeene Administratie , deze omstandigheden in aanmerking nemende, tevens toezien, dat het even gedachte principe, om van de gebruikt wordende iuimte den impost te heffen, in deszelfs volle kracht gehandhaafd worde.

22. Bij den aanslag der regten, naar gelang van het gebruik der roerkuipen te boeken, zal op den gezamenlijken inhoud cïer telkens gebezigde en gedeclareerde roerkuipen, eene korting verleend worden van vijf duimen diepte, om het verlies te dekken wegens de losse bodems.

23. Met betrekking tot die brouwsels, waarbij meel of gebroken graan in de ketels gedaan worsk, zullen de volgende aanmerkingen worden in acht genomen :

ie. Dat de ruimte der ketels, dienende tot het koken en bereiden van bier , eens zoo groot zal kunnen zijn, als de grootte der roerkuip.

20. Dat,