is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe aangegevene roerkuipen en ketels, ontdekken van besfagene granen, meelspecien of andere grondstoffen, kennelijk geschikt om er bieren en azijnen van te koken.

Dezelve zullen aangehouden kunnen worden daar, waar dezelve gevonden worden, en de bezitters van dien of de gebruikers der panden, in welke dezelve opgespoord zijn , zullen als fraudateurs gestraft worden.

30. Desgelijks zal, onder het clandestien of heimelijk brouwen, gerangschikt worden, het in de koelbakken aanwezig zijn van bieren en azijnen, na het uur van den afloop der tonning, of ook overal elders, dan in de bekende bergplaatsen en kelders , het ■ zich bevinden van warme bostel in de roerkuip, ketel of andere werk- of bergplaats van den brouwer, na het uur tot de wegvoering aangegeven, en eindelijk het hebben of houden van heet water in de ketels, zonder voorafgaande declaratie.

Met dezelve zal worden gehandeld, als bij het voorgaande artikel, nopens het clandestien beslag is gezegd.

31. De azijnmakers, welke hunne azijnen, door middel van trekking, verzuring van bieren, of andere bewerking, doch niet door middel van koking, bereiden, zullen telkens, wanneer zij voornemens zijn azijn te maken, gehouden zijn daarvan aan den hiertoe gestelden ambtenaar der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen, waaronder hunne'azijn-makerij ressorteert, kennis te geven tusschen des voormiddags negen uren en des namiddags ten drie uren van den dag vóór dien , bestemd tot het trekken der granen, en het aanleggen van het vuur onder den ketel.

In besloten steden, van meer dan tien duizend zielen, zal de aangifte in bijzondere gavallen ook vermogen te geschieden uiterlijk vier uren bevorens het aanleggen van het vuur onder den waterketel.

B Dezs