is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55- De binnenlandsche bieren en azijnen, welke, overeenkomstig de bepalingen van het 15de hoofdstuk]",van dc wet op den ophef der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen , van de eene plaats van het Rijk naar de andere, over vreemd territoir gebragt worden, zullen niet mogen worden vervoerd in eene mindere hoeveelheid dan van 38 vaten.

56. De preferentie, bij art. 326 van de wet op den ophef der In- en Uitgaande Regten en der Accijnsen toegestaan, zal voor de binnenlandsche bieren en azijnen worden berekend als volgt:

Voor binnenlandsch bier en bier-azijn tegen 70 cents het vat.

Voor kunst-azijn tegen f 1 - 70 het vat.

57. De bier- en.azijn-brouwers, azijn-makers en kunst-azijnmakers , welke verlangen zouden hun bedrijf te laten varen , of wel hunne fabrijk of trafijk geheel stil te doen staan, zullen gehouden zijn hiervan schriftelijk kennis te geven aan de ambtenaren der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen, in de gemeente, alwaar hun pand gelegen is, veertien dagen vóór het eindigen hunner werkzaamheden.

Hetzelfde zal moeten in acht genomen worden door de boedel-redderaars en executeuren in de boedels van overledenen, of de curateurs of syndics in die van bankbreukigen.

Geene afrekening zal mogen plaats grijpen , noch in geval va n afsterven of failliet, eenige scheiding van den boedel of afgifte aan de geïnteresseerde erfgenamen en legatarissen, of wel, in het laatste geval, liquidatie met de crediteuren kunnen bewerkstelligd worden, ten zij alvorens met den lande, wegens dusdanigen boedel en bedrijf, de rekening volkomen zal zijn