is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gierbrug, dienen, om de overvaart ts bevorderen eu de brug te vervangen.

si. Tot het genot van de vrijdommen van het tonnengeld, aan de schepen, schuiten en vaartuigen van de 4de, 5de en 6de klasse, bij het voorgaande artikel toegestaan, zal het navolgende moeten worden in acht genomen;

i°. Dat van de jagten en vaartuigen, bij de eerste § vaij dat artikel gemeld, door het departement, waaronder die behooren , met behoorlijke omschrijving van dezelve, aan de Generale Administratie der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen , opgave gedaan worde , ten einde een bewijs van vrijstelling voor dusdanige jagten en vaartuigen door den Directeur-Generaal afgegeven zoude kunnen worden; welk bewijs op die jagten en vaartuigen steeds aan boord zal moeten zijn, om, des gerequireerd, aan de ambtenaren der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen te worden geëxhibeerd; zullende , door middel alléén hiervan, deze jagten en vaartuigen uitgezonderd zijn van de stempeling met het bijzonder merk van den meter en dat van vrijstelling;

3°. Dat, met opzigt tot de schuiten en vaartuigen, bij de 2de en 5de § van dat artikel vermeld, het bestuur of de directie-, of ook de partikulier, die noodschuiten in bezit mogt hebben, aan den Directeur der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen van de directie, behoorlijke en gedetailleerde opgave doe van zondanige schuiten en vaartuigen, welke onder de vrijstellingen vallen, mitsgaders een bewijs tot die vrijstelling vrage; welk bewijs, na behoorlijk onderzoek, door gezegden Directeur zal worden gegeven, en als dan zoodanige schuiten en

vaar-