is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voldoening vnn deze belasting zal deze schepen, schuilen en vaartuigen bevrijden, van die der zevende klasse, waaraan dezelve anders telken reize onderworpen waren.

25: Bijaldien dusdanige op het kanaal van Condè geadmitteerde schepen, schuiten en vaartuigen op het grondgebied van het Rijk mogten overwinteren, zullen de eigenaars, schippers of directie voerende, daarmede na den laatsten December geene nieuwe vrachten mógen vervoeren, zonder, met afwijking van het in het voorgaande artikel bepaalde, ter plaatse, waar hec Schip gelegen is, het tonnengeld over het nieuw ingetreden jaar te hebben betaald.

26. Nederlandsche binnenschepen tevens buitenlandsche reizen doende, zullen, behoudens de voorziening van de laatste § van art. 41 dezer wet, deswege aan geene nadere formaliteiten of lasten onderhevig zijn;

Alleen zullen derzelver eigenaars, schippers of directievoerenden , welke ter zake van het eerst in het tweede half jaar aanschaffen of in gebruik stellen der vaartuigen,' deswege slechts de halve belasting voldaan hebben, deze vóór het uitgaan ten vollen moeten suppleren.

Meting der schepen en betaling van het last- of tonnengeld.

27. De meting en berekening der capaciteit van alle schepen, schuiten en vaartuigen, aan' het tonnengeld onderworpen, zal moeten geschieden door beëedigde, van 's Rijks wege daartoe gestelde meters.

De meting en de dien overeenkomstig te doene aanslag voor de belasting, zal nimmer bij kleinere onderdeelen kunnen geschieden , dan bij halve tonnen, zoo veal de schepen, schuiten

en