is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vaartuigen van twintig tonnen en daar beneden aangaat, doek boven de twintig tonnen groot zijnde, zal die meting en aanslag fliet anders dan bij volle tonnen plaats hebben, zoo dat de gedeelten beneden de halve ton voor dezelve niet zullen worden berekend, en, daartegenvoor eene halve ton en daarboven , eeue gebeele ton zal genomen worden.

28. De meting der Nederlandsehe zeescheepen, dat zijn de zoodanige, welke vallen in de termen der eerste klasse, zal geschieden ter plaatse, alwaar dezelve , ten tijde van de 'verschuldigdheid der belasting, geladen worden.

De meting der vreemde schepen, dat zijn de zoodanige welke vallen in de termen der tweede, derde en zevende klassen, zal geschièden ter plaatse, alwaar dezelve , ten tijde van de verschuldigdheid der belasting, gelost worden.

29. De meting der Nederlandsche binnenschepen , schuiten en vaartuigen, of van die der vierde, vijfde en zesde klassen, welke, na het introduceren dezer wet, zullen worden gebouwd, zal moeten plaats hebben , alvorens dezelve zullen mogen vervoerd wordep.

Voor zoo verre nogtans de eigenaars, schippers of directievoerenden xnogten verlangen , hunne schepen , schuilen en. vaartuigen elders, dan aan de werf te doen meten en met dezelve naar de plaats te varen , alwaar zij de meting zullen doen verrigten, zal hun zulks geoorloofd zijn, mits ballast - sc'neeps, .en zonder eenige vracht te laden, en wijders gemunieerd van een consent van den ontvanger ter plaatse „ alwaar de werf gelegen is, houdende, benevens den naam van den eigenaar, schipper of directievoerende. van het schip, schuit of vaartuig, de werf, alwaar hetzelve gebouwd b, en de plaats alwaar hetzelve gemeten en gebrand moet worde»*

Dit-