is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31. Dé eigér.asrs, schippers of directievoerende over dè genietene schepen-, schuiten en vaartuigen, voor zoo verre dezelve aan de belasting onderhevig zijn, of de meting derzelve bij deze wet gevorderd worde, zuilen van den ijkmeester een behoorlijk, onderteekenden meetbrief ontvangen, behelzende, behalve het geen verder noodig is tot de identiteit van het schip , de lengte, wijdte en holte van hetzelve, het getal der tonnen, mitsgaders de klasse of begrooting dezer belasting, waarin hec schip . schuit of vaartuig moet worden aangeslagen.

Bijaldien het vaartuig aan de verhooging moet onderworpen worden , in art. 12 en 13 vermeld, zal ook hiervan in derf meetbrief worden gewag gemaakt.

32. .Voor zoo veel de schepen, schuiten en vaartuigen van de 4de, 5de, en 6de klasse aangaat, zal 'de in het vorig artikel vermelde meetbrief niet afgegeven worden, dan nadat het schip schuit of vaartuig door den meter of ijkmeester zal zijn geijkt; of gebrand, met de volgende teekenen :

1°. Het Rijks wapen 5

2°. De jaarletters;

3°. Met bijzonder merk van den ijkmeester , en

4'. Het getal der tonnen.

33. Teh aanzien van de opene schuitjes en vaartuigen, welke beneden de één en een halve ton groot zijnde en mitsdien, volgens art. 20 van deze wet-, van de. belasting moeten worden vrijgesteld, zal geene afgifte van éeneri meetbrief plaats hébben, maar de schuitjes én vaartuigen alleen met het bijzonder merk Ysr. den meter en dat van vrijstelling worden veorzien.

B 34. Na