is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5°. Het ver7.eek ora het vereischte consent - biljet

6°. De plaats en dagteekening, •

De daartoe gestelde ambtenaar, zal daarenboven kunnen vit gen -, en de aangever gehouden zijn te geven , alle zoodanige ophelderingen, als tot duidelijkheid van die opgave, en van het dku-' ten gevolge te verleenen consent , zullen kunnen strekken.

Wanneer iemand, na voorschreven opgave, meerder roedenlands met veen zoude willen, bestrijken, of. ecne grootere hoeveelheid turf zoude willen afgraven- of uitsteken , zal' bijgehouden zijn daartoe telkens op nieuw, in voege als voren-, eonsent- biljet te vragen, en alzoo, bij, den daartoe gesteldeo. ambtenaar, eeue gelijke opgave in te leveren.

8. Bij het halen van het, volgens art. 6 dezer wet-, bcnoodigde consent - biljet tot het- vervenen of afgraven vanturf, zal de gene op wiens naam hetzelve biljet verleendwordt, tot zekerheid van den lande, voorden-impost welken hij uit dien hoofde zal verschuldigd worden, behoorlijk en voldoende borgtogt moeten stellen, overeenkomstig de dispos-itien van de wet op den ophef der In- en Uitgaande Regtenen der Accijnsen.

Ten aanzien van zoodanige geringe verveningen, af- of-uitgravingen van turf, wegens- welke de- impost ten laste van denzeifden persoon in een vervening-saizoen berekend kan worden de somma van ƒ 15-700 ntet te boven gaau, zal dedaartoir gestelde ambténaar, wanneer dè contribuabele van het stellen van borgtogt mogt- verlangen te worden-verschoond , zich verzekeren,,door het in consignatie nemen van het waarschijnlijk bedrag van dit verschuldigde.

A 5 9. Al-