is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooreerst, aan alle zeehandelaars;

ten tweede, aan alle rafinadeurs , en ten derde, aan alle handelaren in liet groot, dat is, dezulken, welke nimmer in eene mindere hoeveelheid dan van 5o Nederlandse!ie ponden uitslaan.

Alles yoor zoo verre de eene en andere gedomicilieerd zijn in zoodanige plaatsen, opliet vrije territoir, alwaar een kantoor der In- en Uitgaande Regten of Accijnsen is gevestigd , of, op zulke plaatsen, op het onvrije territoir, welke, volgens de bepalingen van art. 216 der "Wet op den ophef der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen , voor vrij territoir worden gehouden.

Art. 10.

Die gene, welke van het entrepot fictief wil gebruik maken , zal:

i°. zich als zoodanig moeten aangeven, bij den Ontvanger der I11-en Uitgaande Regten en Accijnsen , over de gemeente in welke hij zijn entrepot wil vestigen ;

■i°. aan den entreproseur aldaar opgave doen van alle de pakhuizen en panden, welke hij voor zijn fictief entrepot wil gebruiken , en welke alle binnen den omtrek der plaats zullen moeten gelegen zijn ;

3°. ten genoege van den entreposeur voldoende borgtogt stellen wogens den impost, welken hij voor de geentreposeerde suiker zoude kunnen verschuldigd zijn; zullende deze borgtogt , in allen gevalle , daarin kunnen bestaan, dat een zesde gedeelte van de suiker, met welke zijne rekening is gedebiteerd , in het publiek entrepot