is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. op bewijs van den betaalden impost, op den voet, in bet voorgaande arlikel bepaald, of

b• op bewijs, dat de kooper voor den impost is gedebiteerd, wanneer de partij 5oo nederlandsche ponden of meerder bedraagt.

De kooper, welke voor den impost is gedebiteerd, kan zijn debet aanzuiveren door betaling der termijnen of door den uitvoer naar buiten 'slands, op den voet art* 5 en 6 omschreven.

Art. 17.

De uitslag uit het fictief entrepot aan zich zei ven kan, zoo veel de zeehandelaren en handelaren betreft, niet geschieden , dan met 5o nederlandsche potiden of meer, en nooit anders dan tegen contante betaling van den impost.

De afschrijving geschiedt op den voet, hiervoren art. i5 vermeld.

Met betrekking tot de afschrijving, welke rafinadeurs aan zich zeiven doen, zal worden gehandeld op den voet, hierna, art. 25 en volgende, vermeld.

Art. 18. .

Diegenen , welke een fictief entrepot hebben, zijn verpligt om ten allen tijde den voorraad van suiker , welke zich in het fictief entrepot bevindt, aan de ambtenaren der In- en Uitgaande Regten en Accijnsen te vertoonen , en zich aan den aanpeil van denzelven te onderwerpen.

Art. ig. «

Deze aanpeil moet gewoonlijk tweemaal in het jaar geschieden.