is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luj liet crediet van zes maanden geniet, aan eenen arieieren handelaar uitslaat, zal hij zulks kunnen doen bij afschrijving van zijne rekening, mits de afgeschrevene som niet minder zij dan 100 guldens.

Zullende aan den genen, aan wien de impost, op den zoo evengemelden voet is afgeschreven , eencrediet van drie maanden worden gegeven na den dag der afschrijving, en hij dit crediet op den vervaldag moeten aanzuiveren , het zij door betaling, het zij door uitvoer naar buiten 's lands.

Art. 28.

Eindelijk , wordt aan den rafinadeur, welke, bij het eindigen van het,zes maandelijkscli crediet, art. 25 gemeld, zijne suikers niet mogt hebben gedebiteerd, en die verlangen zoude dezelve voor den uitvoer naar buiten 'slands te bewaren, toegestaan oin dezelve in het reëel entrepot te plaatsen, onder de volgende bepalingen :

a. dat de hoeveelheid, welke wordt gedeponeerd, niet minder bedrage dan 5ooo Nederlandsche ponden$

b. dat, zoo lang het depot 5ooo Nederlandsche ponden bedraagt, de hoeveelheden, welke bij hetzelve zullen worden gevoegd,bij iedereninvoer, 1000 Nederlandscheponde/i of meer bedrage 5

c. dat, wanneer het depot door afschrijving of uitslag beneden de 5ooo ponden is gedaald, geen nieuwe inslag zal worden toegelaten , ten zij dezelve, met het gene nog voorhanden is, ten minste 5ooo ponden nitmake;

d. dat geen uitslag uit het depot plaats hebbe, anders dan tot uitvoer naar buiten 's lands, in de daartoe ge-