is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ct. Klerkfin pn IvnnlrtnrKprliPTiflpn vnn rlp 1-iïpv

ö

noemde vrijgestelde Ambtenaren.

d. Advokaten.

e. De vaste bezoldiging genietende Artsen, Wondheelers , Vroedmeesters en Artsenijmengers, aangesteld bij de legers , in hospitalen , in plaatselijke zieken- gastarmen- wees- of andere godshuizen en openbare gestichten van weldadigheid , of tot het bedienen der huiszittende armen , en zulks alléén in die betrekkingen.

f Deurwaarders bij 's Rijks middelen.

g. Bedienden en Opzieners in de wees- gast- en andere godshuizen en dergelijke openbare weldadige gestichten.

h. Paarden-postmeesters.

i. Beleenbanken voor rekening van Gemeenten of openbare weldadige gestichten gehouden wordende ; openbare inrigtingen van weldadigheid voor het onderwijs der jeugd , in eenigerlei soort van handwerk , voor zoo veel de winsten , daar uit spruitende , ten voordeele van de gestichten zelve komen , alsmede dezulke , door welke aan armen , bedelaars en geconfineerden arbeid verschaft wordt.

k. Schilders, Teekenaars, Graveurs van koperenkunstplaten, Penningsnijders en Beeldhouwers , alle als kunstenaars beschouwd , en voor zoo verre zij niets dan eigen arbeid verkoopen , noch ook voor fabrijken werken, of lessen geven, waar voor zij door hunne leerlingen worden betaald.

/. Landbouwers ( waar onder ook de warmoeziers) , voor zoo verre zij de vruchten van de door hen be-