is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oi andere stukken verleden worden, zijn verpligt, zoo dikwijls dit door de partijen verlangd wordt , die zelfde taal te bezigen, en verder zicli van dezelve te bedienen, zoo wel in akten of stukken, opgemaakt ten belioeve van partijen, welke van die taal gebruik maken, als in verklaringen door zoodanige personen afgelegd; zullende diegenen welke bierin nalatig mogten bevonden worden , naar gelang der omstandigheden in hunne bedieningen geschorscht of geheel daarvan ontzet worden.

Art. 3.

De bevoegdheid in art. ï aan partikulieren toegekend, komt insgelijks toe aan de in die provinciën gevestigde administratieve, financiele en militaire Autoriteiten, Kollegien of Ambtenaren zelve; niet alleen in de stukken, welke deze aan hunne onderhorigen en geadministreerden rigten, maar ook in die, welke door hen aan boven hen gestelde ambtenaren worden gerigt , en zijn zelfs in het algemeen deze Autoriteiten, Kolhgien en Ambtenaren tot het gebruik van de taal des lands, of ten minsten tot het bijvoegen van kosteloze vertalingen verpligt, in alle stukken, Avelke aan of tegen partikulieren, in de genoemde provinciën wonende, gerigt zijn, bijzonderlijk als het antwoorden of dispositien op vragen of verzoeken betreft ^ waarin de belanghebbenden die taal hebben gebezigd.

Art. 4.

Aan alle Vrederegters, Regtbanken en Regterlijke Officieren in de genoemde provinciën , zal het van nu af

aan vrijstaan, zich voor alle justiciële onderzoekingen, / • .