is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1820, 01-01-1820

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op liet rapport van den Directeur-Generaal van de Directe Belastingen en der Posterijen ;

Den Raad van State gehoord,

Hebben besloten en besluiten te bepalen:

Art. j. Onmiddellijk, nadat de algemeene beschrijving voor liet patentregt zal afgeloopen, en de registers der patentpligtigen zullen gearresteerd zijn , en de hoofden der gemeentebesturen, door de zetters, de patentbladen hebben doen invullen, overeenkomstig den inhoud van de gezegde registers , zullen zij de patentpligtigóli, in voorschreven registers begrepen, zoo mede de genen , Welke , ingevolge artikel 3 der wet van den 21 «ton Mei 1819 (staatsblad n.°54) , van een afschrift d,es patents moeten voorzién zijn, bij eene algemeene oproeping, uitnoodigen , tot het afhalen van derzelver patent op den daartoe bestemden tijd eu plaats ; — en zullen zij, bij de uitgifte dier patenten, naamvkeurig waarnemen de voorschriften deswege, in artikel 25 der gezegde wet, voorkomende.

2. Ds j tot de afhaling des patents bepaalden tijd Verstreken zijnde, zullen de hoofden der gemeentebesturen onverwijld, en wel binnen 8 dagen tijds, aan de huizen van zoodanige personen , welke derzelver patent of het noodige afschrift niet hebben geligt, hetzelve patent öf afschrift, vooraf door hen geteekend , en met het zegel des gemeentel}estuurs yporzien, doen bezorgen, door middel van de