is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1821, 01-01-1821

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Omtrent de opcenten in § F Van het vorig artikel omschreven, en welke jaarlijks voor de tweede afdeeling , naar mate der behoeften, zullen worden vastgesteld, wordt bepaald, dat wanneer dezelve een vijfde van het principaal der belasting en, dus het getal van twintig zouden te bovengaan, andere middelen zullen hunnen in overweging komen om in de behoeften te voorzien , en dat, wanneer de omstandigheden mogten medebrengen , dat een vierde van het principaal der belasting niet toereikende was tot bestrijding der uitgaven, in de genoemde tweede afdeeling begrepen , andere middelen te dien einde zullen moeten worden voorgedragen,

10. Bij de daarstelfing der wetten op den ophef der in- en uitgaande regten en accijnsen, zal worden uitgegaan van de navolgende beginselen:

a. De bepalingen, welke omtrent den in-, uit- en doorvoer gemeen zijn, zoo met betrekking tot de goederen aan de in- en uitgaande regten onderworpen, als aan de accijnsen subject , zullen, het zij in eene algemeene wet, of wel in twee wetten , respectivelijk , voor ieder vak worden uit eengezet en omschreven , naar mate zulks tot bevordering van duidelijkheid en eenvoudigheid het meest doelmatig zal wordea bevonden.