is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*au de opgerigte tolpalen mogen weigeren, volgens het bestaande tarief, waarvan aan hem, zoo hij zulks mogt verlangen, door den tolpachter, inzage zal moeten worden gegeven.

2. Ingeval van tegenspraak of verschil, £al hei bedrag van het gevorderde tolgeld, op kwitantie, bij den pachter of tolgaarder moeten worden geconsigneerd , met aanwijzing van een domicilmm in de provincie.

5. Alle weigering of bedrog in de betaling of consignatie van het tolregt, of in de opgave van een domicilium bij art. 2 hiervoren vermeld ; alle bedrog dooi afspanning van paarden als anderziris begaan , zal gestraft worden met eene boete gelijk aan vijftigmaal het verschuldigde regt; alle beschadiging, belecdiging of gewelddadigheid , gedaan aan een tolkantoor , zal worden gestraft met eene boete van ƒ io tot / ïoo, of eene gevangenis van ten minste één en ten langste veertien dagen, of met boeten en ge%angenis, ingevolge de wet van den 6**» Maart 1818 (staatsblad nj. X?) , onverminderd de vergoeding van schaden en interessen , en de eventuële toepassiug der strafwetten.

4. Het verschuldigde tolregt voor post-rijtuigen en postpaarden , zoo wel voor het gaan als terug komen , zal aan den postmeester te gelijk met liet postgeld 2ji06t6n. "woi'döii b j. Voor gecnc rijtuigen gullen meer dan acht paarden