is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personen zullen doen toekomen aan Onzen Minister van Binnenlands che Zaken en Waterstaat.

4. ^Voor zoo ver nogtans de reglementen, octroijen of bestaande gebruiken aan de ingelanden, stemgeregtigden of de gecommitteerden van dezelve , of ook aan eenige steden of bezitters van amhachts-heerhjkheden, de bevoegheid geven om een of meer personen tot het bekleeden van voornoemde posten te benoemen of voor te dragen, wordt het doen der voordragt aan dezelve gelaten, welke voordragt door hen aan de Gedeputeerde Staten der provincie zal worden gedaan, die dezelve, met hunne consideratien, aan voorz. Onzen Minister zullen toezenden.

5. Dezelfde wijze van benoeming zal worden in acht genomen ten aanzien der leden van de kollegien van hoofd-ingelanden, ambts-bes turen of kommissarissen uit de geïnteresseerden , in zoo ver dezelve, volgens de bestaande reglementen , door den Souverein, de Stadhouders in der tijd, de voormalige provinciale hoven , of eenige andere publieke autoriteiten plagten benoemd te worden.

6. De benoeming en aanstelling der leden van alle overige dijk- en polderbesturen, mitsgaders van elle secretarissen, penningmeesters en andere ambtenaren van dezen aard , niet in art. I genoemd, zal blijven geschieden overeenkomstig de bepalingen,