is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Die tot openbare functien worden geróep'en, zullen liun domicilie behouden, indien zij liet tegenovergesteld voornemen niet hebben aan den dag gelegd.

Bij het wetboek op de manier van procederen in civile zaken, zal de regter worden aangewezen, welke zal bevoegd zijn om kennis te nemen van de personele actiën tegen zoodanige ambtenaren intestellen.

5. Eene getrouwde vrouw welke niet van tafel , bed, bijwoning en goederen gescheiden is, heeft geen ander domicilie dan dat van haren man.

Minderjarigen welke niet zijn geëmancipeerd , volgen het domicilie van hunne ouders of voogden.

Meerder jarigen die onder curatele zijn gesteld , volgen het domicilie van hunne curators.

6. Meerderjarige dienstboden of werklieden hebben hun domicilie in het huis van diegene, bij welke zij dienen of werken, indien zij bij dezelve inwonen.

7. Het sterfhuis van eenen overledenen wordt geacht daar te zijn, alwaar de overledene zijn domicilie gehad heeft.

8. Het staat aan partijen of eene van haar vrij, om bij eene akte en tot eene bepaalde zaak een ander domicilie als hare werkelijke woonstede te kiezen.