is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te nemen, en ten zeiven kantore aan denzelven belanghebbenden dadelijk te betalen de somma waarop bet gesebat was.

In de gevallen, dat de schatter niet aanstonds de geschatte waarde aan de belanghebbenden konde uit betalen, zal de betaling daarvan door den ontvanger uit 's Rijks kas worden voorgeschoten, behoudens het verhaal deswege van de administratie op den schatter.

DERDE AFDEELING.

Van de betaling van den accijns én algemeene verpligtingen.

5. De accijns op het slagtvee moet worden betaald door elk en een iegelijk, die eenig aan den accijns onderworpen vee wil slagten of doen slagten, aan den ontvanger van dezen accijns over de gemeente, waar de slagting zal geschieden.

Het aanvangen der slagting of het slagten van eenig aan den accijns onderworpen vee , zonder voorafgegane betaling van den accijns, zal, behoudens^ de uitzondering in art. 2 § 4 vermeld, gestraft worden met eene boete van tien tot honderd en vijftig guldens v oor ieder stuk vee, te betalen zoo door den genen die hetzelve ter slagting heeft aangebragt, als door den slagter , en bovendien de verbeurte van het geslagte vee zelve.

A 3