is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dranken zich azijnen mogten bevinden, zullen dezelve in het entrepot, als onveraccijnsde binnenlandsche azijnen worden behandeld, terwijl in allen gevalle, voor ZOO verre die dranken mogten bestaan, als buitenlandsche azijnen, komende uit eenig entrepót, daarvan de accijns op deze buitenlandsche specien gesteld, alvorens ten volle zal moeten zijn betaald.

Geene azijnen van binnenlandschen oorsprong, zullen wijders mogen gelegd worden in hetzelfde gedeelte van het entrepót, met de buitenlandsche

bieren of azijnen, onder speciaal beheer des eigenaars of consignataris zijnde.

61. De binnenlandsche bieren en azijnen, welke, overeenkomstig de bepalingen van de generale wet op de accijnsen, van de eene plaats van het Rijk jiaar de andere, over vreemd territoir gebragt worden , zullen niet mogen worden vervoerd in eene mindere hoeveelheid dan van veertig vaten*

62. De bierbrouwers en azijnmakers, welke verlangen zouden hun bedrijf te laten varen, ofwel hunne fabriek of trafiek geheel stil te doen staan, zullen gehouden zijn, hiervan schriftelijk kennis te geven aan de ambtenaren der administratie over de gemeente alwaar hun pand gelegen is, veertien dagen voor het eindigen hunner werkzaamheden.

Hetzelfde zal moeten in acht genomen worden