is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. De molenaars zullen op hunne molens de noodige schalen en het gewigt moeten houden, ten einde op de vordering der belanghebbende of beambten , de zakken met graan vóór het malen , en de zakken met meel, vóór den vervoer, zullen kunnen worden gewogen, op eene boete van vijf-en 'twintig guldens.

Zij zullen het gewigt van het graan , na aftrek van het volgens art. 12, geschepte graan, aan de ingezetenen in meel terug geven, zonder dat aan hun meer dan één percent voor het verstuiven op iedere partij zal valideren, op eene boete van vijf guldens, voor ieder meerder te kort komend half percent.

21. De molens, molenwerven, huizen, schuren, loodsen, stallen en andere bergplaatsen der molenaars, zijn aan de peiling en visitatie der beambten onderworpen.

De molenaars zullen verpligt zijn aan den ontvanger van hun ressort opgave te doen van de ligging dezer bergplaatsen, op verbeurte eener boete van twintig guldens, voor elke niet aangegeven bergplaats.

Insgelijks zullen aan peiling en visitatie Onderhevig zijn de voer- en vaartuigen der molenaars.

22. Het graan en meel dat door de beambten op- of in de voors. lokalen wordt gevonden, zal