is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42. Wij behouden Ons voor, Om in alle zoodanige steden, alwaar deze belasting op liet geniaal gebevep wordt, de invordering van 'sIUjks accijns, op bet verlangen der stedelijke bestaren aan de stedelijke beambten te kunnen opdragen, onder het toezigt en bestuur van de Generale Directie der Ontvangsten en op den voet van 's Rijks wet op dit middel, behoudens de modificatie bij art. gemaakt.

43. Alle koren- , mout- en pelmolens , welke bij het airesteien dezer wet aanwezig zijn, zullen onverhinderd in werking blijven.

Na het arresteren dezer wet, zal geen koren-, mout- of pelmolen mogen worden gebouwd of opgerigt, zonder dat daartoe vooraf Onze toestemming geuaagd en bekomen zij : op pene dat dezelve ten koste van den oprigter zal worden afgebroken ; geen molen, onder welke benaming ook, zal in een koren-, mout- of pelmolen veranderd of daartoe ingerigt mogen worden, zonder dat daartoe vooraf Onze toestemming gevraagd en verkregen zij , op pene dat de alzoo zonder permissie veranderde molen, ten koste van den eigenaar, buiten werking zal worden gebragt.

Wanneer een koren-, mout- of pelmolen geheel wordt afgeschaft, of voor eenigen tijd buiten Werking en vervolgens weder in werking wordt gebragt , zal daarvan vooraf door de mölenairs telkens aan de ad-