is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts zal mede met eene gelijke boete gestraft worden, het nietten voorschijn brengen, op de aanvrage der ambtenaren, van de beslagbakken en beslagtqbben , de gistbakken en van ander vaatwerk om gist te maken, of van de andere kuipen, ruwketels en slangen, welke in voege als voren, zijn verzegeld geworden.

Opschrift hoven de in- en uitgangen der branderijen.

11. Zij, die tot aanvang of tot de voortzetting van het branders bedrijf aangifte hebben gedaan, zullen, alvorens het gemelde bedrijf uitteoefenen, verpligt wezen, boven de voornaamste aan de straat uitkomende deur hunner branderij , te plaatsen een bord in geolie verwde letters , uitdrukkende het woord branderij of stokerij, met aanwijzing der klasse en van den naam des stokers.

De branders der vijf eerste klassen, zullen daarenboven iederen in- en uitgang hunner fabrijk kenbaar maken, door er, in maniere als boven, voor te doen stellen het woord branderij of stokerij.

Verzuim van een of ander wanneer zij hetzelve met binnen de acht dagen , na eene deswegens gedane schriftelijke waarschuwing van den ontvanger herstellen, zal telkens worden gestraft met eene boe*• van tien guldens.