is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vöciil of water, ter sluik in dezelve inliet of liadfin-" gelaten , deed of had doen inlaten, of bij de aftapping eenig water of vocht uitliet of had uitgelaten ; deed of had doen uitlaten , zal deze daad worden gestraft met eene boete van vier honderd guldens.

In geval de ambtenaren mogten bemerken dat dc resultaten der weter-ijking niet aan de voorafgegane peiling of roeijing, of wel aan de zigtbare cn vermoedelijke ruimte der ketels, grondbakken en kuipen beantwoorden , en de oorzaak van den misslag of afwijking, niet op heeter daad ware te ontdekken, zoo zal de ruimte, volgens gedane of al nog te doene peiling en roeijing geverifieerd, tot maatstaf blijven geuomen, tot zoo lange de waterijking behoorlijk kart Worden volbragt.

Bijaldien de kuipen, grondbakken of ketels, niet waterpas staande, of deszelfs duigen of boorden in den geheelen omtrek niet even hoog geplaatst bevonden mogten worden, zal de inhoud daarvan, bij peiling en roeijing bevonden, tot maatstaf verblijven, tot zoo lang de brander dezelve waterpas zal hebben gesteld.

liet zal niet geoorloofd zijn de ruimte der beslagkuipen of der gistbakken, door een gedeelte van de lengte der duigen af te nemen of door in- of doorsnijdingen van de kuipeu le verkleinen. De bakken of kuipen, die in zoodanigen staat gevonden worden, zullen niet mogen worden geroeid, en den j