is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ter hand gesteld, en dat hetzelve zich in de stokerij voorhanden bevindt, op straffe van eene boete van vier honderd guldens, ten laste van den brander.

Gelijksoortige aangifte zal kunnen plaats hebben, ingeval de stoker of brander , binnen den loop zijner werkzaamheden, zich genoodzaakt bevond de uren le veranderen , op dewelke hij bij zijne vorige aangifte bepaald heeft de ruwketels opteladen ; deze aangifte «al insgelijks daags vóór dat de oplading zal plaats hebben , moeten gedaan worden , op eene boete voor den stoker of brander van vier honderd guldens.

llepaling, betrekkelijk de uithlussching van het vuur, na de uren, bepaald voor den afloop der stolingen van ieder en dag.

55. De branders van de vijf eerste klassen , zullen gehouden zijn dagelijks het vuur onder de ruwketels weg, en den helm van dezelve, af te nemen, onmiddellijk na den afloop van het laatste stooksel; alle overtreding dienaangaande zal, indien de verlenging den aangegeven tijd een half uur of meerder overtreft, met eene boete van honderd guldens gestraft worden.

Voor de werkzaamheden des nachts zal in die plaatsen , alwaar ambtenaren der administratie gehuisvest zijn, alleenlijk het overhalen van ruw nat of mout-