is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftoodanlg iemand fictief geëntreposcerd , gerekend worden verstreken te zijn.

101. Dadelijk na verloop van den tijd, hiervoren voor het verblijf der goederen in entrepot , bepaald, zullen dezelve het entrepot moeten verlaten en do betaling der inkomende regten daarvan moeten geschieden.

V . -'» •

102. Lij nalatigheid der entrepositarissen in de aangifte hiertoe , zal, opzigtebjk de fictiefgeëntreposeerde goederen , de volgens art. 93 gestelde borgtogt, tot voldoening der regten en de boete, worden ingevorderd 5 en zullen de goederen , in publiek of partikulier entrepot , daaruit worden overgebragt naar's Rijks pakhuis, het zij daar ter plaatse of in de hoofdplaats der directie om vervolgens behandeld te worden als in het 12de hoofdstuk, omtrent onbekende en onbeheerde goederen , is bepaald ; des dat verder geene aangifte van dezelve, anders dan tot verblijf uinnen s lands zal kunnen worden aangenomen.

Bijzondere bepalingen omtrent de accijnsgoederen.

io3. Bij bevinding dat door dezen of genen misbruik is gemaakt van de gunst van partikulier entrepot, 3s de administratie bevoegd om, met vermelding der

D 5