is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ig5. De auiblotvavcn zijn mede bevoegd, aan de zeezijde, tusschen de zee en de los- of land plaats, de bevelvoerders dev schepen tc doen zeil minderen of bijdraaijen, langs do rivieren, tüsschen liet vreemd grondgebied tot binnen bet bereik van bet eerste kantoor van betaling, en op de bovenmaas, tusschen Mook en Berg, de schippers te doen aan wal leggen , en te lande, tusschen den afstand van bet vreemd grondgebied in art. 177 gemeld, de voerlieden en goederen dragende personen, te doen staandè blijven.

De schippers, voerliedeu of andere personen , die mogten bestaan zich aan deze verpligting te onttrekken, zullen daartoe door de ambtenaren kunnen worden genoodzaakt , door het gebruik maken van alle zoodanige dwangmiddelen, als dienstig zijn om de visitatien te bewerkstelligen en d.e fraude te weren.

Bij aldien eenig ambtenaar bevonden wordt een ongepast of ontijdig gebruik van die middelen te hebben gemaakt, of wel bepaaldelijk ingeval hij van de hem toevertrouwde wapenen zich mogt hebben bediend, elders dan op het voorschreven terrein , of wel zonder volstrekte noodzakelijkheid , en terwijl hem andere bekwame middelen overbleven orn de uitvoering der wet te hauuliaven, zal al zoodanig misbruik, ontijdig of onvoorzigtig gebruik, volgens de gestrengheid, van het wetboek op het strafregt worden gestraft.

/