is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29J* Onder de derde klasse .worden gcra n ris cl j ikt alle vreemde zeeschepen , niet vallende in de termen der tweede klasse.

De belasting van dezelve verschuldigd bedraagt een gulden en vijf cents voor elke ton, en zal geheven worden leiken reize dat deze schepen eenige haven van het Rijk binnenkomen; doch blijft aan Ons voorbehouden, om, ingevolge art. 11 van de wet van den ïi^en Ju]ij 1g2I (siaatsblad n°. 9), zoo ver omstandigheden zulks raadzaam maken , het tonnegeld van deze schepen op te voeren, tot gelijke hoogte, als in het land, den staat of da haven, alwaar dezelve te huis behooren, onder dezelfde of dergelijke benaming, van de nederlandsclie schepen gevorderd wordt.

Wegens de in dit artikel bedoelde schepen, welke alleen tot overbrenging van passagiers en brieven gebruikt worden, zal met de administratie in accoord kunnen worden getreden.

296. Van het tonnegeld zullen bevrijd zijn:

Vooreerst: Nederlandsche schepen , zoo ver en xoo lang eij enkel gebruikt worden lot de versche visclivangst, tot de groote visscherij of haringvangst, *ot de labberdaanvangst en tot de walvischvangst, die van Straat-Davids daaronder begrepen, gelijk Snede, zoo lang zulks dooi' Ons wordt noodig

LJ>